Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 augustus 2014

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 15 augustus 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 augustus 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1833.

Het voorgaande brengt voor de onderhavige zaak mee dat indien [verzoeker] wél in de gelegenheid zou zijn gesteld om tijdens een inhoudelijke verificatievergadering vorderingen te betwisten, dit niet in de weg zou hebben gestaan aan de erkenning van deze vorderingen door de bewindvoerder en dit voor het verdere verloop van de schuldsanering ook geen gevolgen zou hebben. Voor de ná de schuldsanering – zonder ‘schone lei’ – eventueel nog resterende vorderingen zou dit wel gevolgen hebben, in die zin dat de schuldeisers van de door [verzoeker] betwiste vorderingen geen executoriale titel jegens hem zouden hebben. Aan de door de schuldeisers inmiddels te goeder trouw verkregen rechten jegens [verzoeker] die bestaan in het aan het proces-verbaal ontlenen van een executoriale titel jegens [verzoeker], kan m.i. echter in een alsnog te houden inhoudelijke verificatievergadering geen afbreuk meer worden gedaan: voor deze kwestie geldt dat gedane zaken geen keer nemen. Ik geef toe dat dit voor de schuldenaar onbevredigend is, maar volgens mij laat art. 315, lid 2 Fw dat hoger beroep tegen het houden van pro forma verificatievergadering uitsluit geen andere gevolgtrekking toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/704bc1021b1a02b6ce3efe8794c7fd692276f001fea6721c23d84ec21333cf29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 704bc1021b1a02b6ce3efe8794c7fd692276f001fea6721c23d84ec21333cf29, en de alinea staat in dat document op bytes 20996 tot 22203.