Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 augustus 2014

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 15 augustus 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 augustus 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1833.

In onderdeel 2 klaagt het middel dat de redenering van het hof in rov. 2.7 en 2.8 innerlijk tegenstrijdig is. Zoals hierboven al aangegeven, acht het hof het in rov. 2.7 aannemelijk dat ten onrechte met een pro-formaverificatievergadering is volstaan, maar overweegt het hof vervolgens in rov. 2.8 dat dit er niet aan afdoet dat het proces-verbaal van de pro-formaverificatievergadering juist is, dat hieraan kracht van gewijsde toekomt en dat hiermee onverenigbaar is dat alsnog een inhoudelijke verificatievergadering gelast wordt. Het middel klaagt dat deze redenering in strijd is met fundamentele rechtsbeginselen van een fair trial, mede gelet op de belangen van [verzoeker]. Zoals hierboven onder 2.6 al besproken, kan het middel niet slagen. Van ‘excessive formalism” is m.i. geen sprake nu de rechtbank Petrovic in de gelegenheid heeft gesteld om in overleg met een aantal van zijn schuldeisers aan te geven dat een aantal vorderingen voor een te hoog bedrag is geverifieerd (zie 1.5 hierboven). Het bieden van deze mogelijkheid die niet in de wet is voorzien duidt geenzins op een formalistische benadering van de rechtbank. De rechtbank heeft [verzoeker] kennelijk tegemoet willen komen. Hij heeft van deze mogelijkheid blijkbaar geen gebruik gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/704bc1021b1a02b6ce3efe8794c7fd692276f001fea6721c23d84ec21333cf29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 704bc1021b1a02b6ce3efe8794c7fd692276f001fea6721c23d84ec21333cf29, en de alinea staat in dat document op bytes 24542 tot 25859.