Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1849.

Ik stel voorop dat in deze zaak uitgebreid is gedebatteerd over de (achtergronden van de) transactie tussen partijen. Daarbij zijn verschillende scenario’s aan de orde gekomen (zie ook rov. 2.8 van het eindvonnis van de rechtbank). Kort gezegd heeft [verweerder] aanvankelijk betoogd dat hij [eiser] voorafgaande aan de koop heeft geïnformeerd over het bod van Rijkswaterstaat. Nadien heeft hij ook betoogd dat de overeenkomst een schijnhandeling was, maar dat [eiser] in een later stadium alsnog de levering wilde laten doorgaan (zie onder meer de MvG nrs. 13-24). [eiser] heeft een en ander bestreden − zowel inhoudelijk als wat betreft de wijze van procederen van [verweerder] − en gesteld dat hij eerst in 2009 van het bod van Rijkswaterstaat op de hoogte is geraakt (zie onder meer de MvA nrs. 5, 11 e.v. en pleitnotitie van mr. Plattel van 24 juni 2013 nrs. 1-7; ook in de schriftelijke toelichting zijdens [eiser] nrs. 1.1-1.18 en in de repliek nrs. 1-2 wordt hierop ingegaan).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b944baa552a518c86bf98ef774c47911e1dbe16c77f6d9fea93cdd545853996b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b944baa552a518c86bf98ef774c47911e1dbe16c77f6d9fea93cdd545853996b, en de alinea staat in dat document op bytes 18563 tot 19568.