Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014
Onder 3.7.1 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1849.
Subonderdeel 2.1-II klaagt dat het hof in rov. 3.6 en 3.7 heeft miskend dat de termijn van art. 6:89 en 7:23 BW pas begint te lopen op het moment dat de mededeling het gebrek voldoende duidelijk maakt en de geadresseerde bereikt op een wijze dat die zich van het gebrek tenminste bewust moet zijn geworden. Nu [verweerder] bekend was met het gebrek, rustte op hem een spreek- en mededelingsplicht die zodanig is dat hij die informatie in niet mis te verstane bewoordingen aan de koper moest mededelen en zich ervan moest vergewissen dat die van dat gebrek daadwerkelijk kennis nam en zich de gevolgen en omvang daarvan realiseerde. De enkele notitie in een besprekingsverslag dat een bod van een partij wordt genoemd – zelfs als duidelijk is dat met ‘RWS’ Rijkswaterstaat wordt bedoeld – is onvoldoende om als afdoende maatregel zijdens de verkoper te gelden. Het onderdeel verwijst daartoe naar het Jetblast-arrest en het een arrest over de bijzondere zorgplicht van een bank jegens haar cliënt in een vermogensbeheer/adviesrelatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b944baa552a518c86bf98ef774c47911e1dbe16c77f6d9fea93cdd545853996b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b944baa552a518c86bf98ef774c47911e1dbe16c77f6d9fea93cdd545853996b, en de alinea staat in dat document op bytes 28612 tot 29781.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b944baa552a518c86bf98ef774c47911e1dbe16c77f6d9fea93cdd545853996b | shasum -a 256