Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014
Onder 3.8.1 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1849.
Subonderdeel 2.1-III klaagt over de verdeling van stelplicht en bewijslast bij de toepassing van art. 6:89 en 7:23 BW en werpt de vraag op wie moet stellen en, bij betwisting, bewijzen op welk moment de schuldeiser het gebrek heeft ontdekt. In de kern wordt betoogd dat [verweerder] zijn stelling moet bewijzen dat [eiser] al eerder (namelijk op 24 september 2007) op de hoogte was van het gebrek dan [eiser] zelf stelt (te weten mei 2009).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b944baa552a518c86bf98ef774c47911e1dbe16c77f6d9fea93cdd545853996b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b944baa552a518c86bf98ef774c47911e1dbe16c77f6d9fea93cdd545853996b, en de alinea staat in dat document op bytes 30412 tot 30916.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b944baa552a518c86bf98ef774c47911e1dbe16c77f6d9fea93cdd545853996b | shasum -a 256