Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Onder 3.11.2 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1849.

Ten overvloede merk ik op dat mijns inziens art. 21 Rv op deze manier niet een dode letter wordt. Voor zover [verweerder] zijn stellingen reeds voor de getuigenverhoren in eerste aanleg had aangepast, was [eiser] in hoger beroep daarvan op de hoogte en heeft hij zich daartegen adequaat kunnen verweren. Mede bezien de herkansingsfunctie van het hoger beroep, gaat het dan wel ver om op art. 21 Rv te baseren dat de grieven moeten falen. Bovendien zagen de door [eiser] in dit verband aangevoerde bezwaren goeddeels op de (achtergronden van de) transactie. Het debat daarover kwam echter op de achtergrond te staan in de door het hof gevolgde aanpak om te toetsen aan de klachtplicht (zie hierboven bij 3.2 en 3.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b944baa552a518c86bf98ef774c47911e1dbe16c77f6d9fea93cdd545853996b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b944baa552a518c86bf98ef774c47911e1dbe16c77f6d9fea93cdd545853996b, en de alinea staat in dat document op bytes 37071 tot 37928.