Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014
Onder 2.7. Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1853.
Terzijde: in de wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:465 BW) is geregeld, wat te doen indien een meerderjarige patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke afweging van zijn belangen ter zake, maar niet onder curatele staat en ten behoeve van hem ook geen mentorschap is ingesteld. In art. 38 lid 2, resp. art. 38a lid 4, van de Wet Bopz is een vergelijkbare regel opgenomen indien een behandelaar van oordeel is dat de betrokken patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke afweging van zijn belangen ter zake van een voorgestelde behandeling. De regeling van het hoorrecht in art. 8 Wet Bopz wijkt van de zo-even genoemde regels af, in die zin dat een patiënt die minderjarig is, onder curatele is gesteld of ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld, niettemin wettelijk bekwaam is in de machtigingsprocedure in rechte op te treden (art. 8 lid 2 Wet Bopz). Wel kunnen de ouders, de curator of de mentor door de rechter worden gehoord als informant in de machtigingsprocedure.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23027fc50a94412fbf0f0b7294a6574a87e8b0c82e53237eef4ad9157aef1baa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23027fc50a94412fbf0f0b7294a6574a87e8b0c82e53237eef4ad9157aef1baa, en de alinea staat in dat document op bytes 15954 tot 17001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23027fc50a94412fbf0f0b7294a6574a87e8b0c82e53237eef4ad9157aef1baa | shasum -a 256