Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014

Onder 2.9. Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1853.

In dit geval heeft het daaraan ontbroken. Indien de rechtbank niet van belang heeft geacht of betrokkene behoorlijk gelegenheid heeft gehad zich persoonlijk uit te spreken over het verzoek van de officier van justitie, dan zou dat oordeel blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de eisen die art. 8 lid 1 Wet Bopz aan het hoorrecht stelt. Indien de rechtbank van oordeel is dat het hoorrecht in dit geval naar behoren is uitgeoefend, en daarmee aan de eisen van art. 8 lid 1 Wet Bopz is voldaan, is dat oordeel onbegrijpelijk in het licht van de gang van zaken zoals geschetst in het proces-verbaal; in het bijzonder in het licht van de mededeling − gedaan door betrokkene en ook, namens haar, door de raadsman − dat zij naar de rechtbank wilde komen om daar bij een zitting aanwezig te zijn. Om deze reden slaagt de klacht en kan de bestreden beschikking niet in stand blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23027fc50a94412fbf0f0b7294a6574a87e8b0c82e53237eef4ad9157aef1baa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23027fc50a94412fbf0f0b7294a6574a87e8b0c82e53237eef4ad9157aef1baa, en de alinea staat in dat document op bytes 18404 tot 19312.