Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014
Onder 2.12. Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1853.
Ten overvloede merk ik over deze klacht kort het volgende op. Ingevolge art. 261 in verbinding met art. 272-276 Rv geschiedt de oproeping voor de mondelinge behandeling door de griffier bij aangetekende brief, tenzij de rechter anders bepaalt in een algemene of bijzondere instructie aan de griffier. Oproepingen worden zo spoedig mogelijk en ten minste een week vóór de zittingsdag verzonden, tenzij de rechter anders bepaalt (art. 276 lid 1 Rv). In Bopz-zaken komt het, mede in verband met de wettelijke beslistermijn, dikwijls voor dat de rechter een andere wijze van oproepen of een kortere termijn bepaalt . Het is aan de feitenrechter om uit te maken welke wijze van oproeping in het gegeven geval of, bij een algemene instructie, in de gegeven groep gevallen de voorkeur verdient. In het oordeel van de rechter dat de betrokkene behoorlijk is opgeroepen, ligt in beginsel besloten dat de oproeping heeft plaatsgevonden overeenkomstig art. 272 Rv dan wel overeenkomstig zijn instructie . Van een behoorlijke oproeping is sprake indien de oproep tijdig voor de behandeling aan het juiste adres is verzonden en voldoende duidelijk plaats, dag, uur en onderwerp van de behandeling vermeldt .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23027fc50a94412fbf0f0b7294a6574a87e8b0c82e53237eef4ad9157aef1baa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23027fc50a94412fbf0f0b7294a6574a87e8b0c82e53237eef4ad9157aef1baa, en de alinea staat in dat document op bytes 20213 tot 21611.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23027fc50a94412fbf0f0b7294a6574a87e8b0c82e53237eef4ad9157aef1baa | shasum -a 256