Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014

Onder 2.20. Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1853.

Het recht op een vrije advocatenkeuze houdt niet in dat de verdachte (of in een Bopz-zaak: de betrokken patiënt) er recht op heeft dat aan hem de advocaat van zijn keuze wordt toegevoegd . Dit neemt niet weg dat art. 6, lid 1 en lid 3, aanhef en onder b, EVRM kan meebrengen dat de toegevoegde raadsman door een ander moet worden vervangen: indien de eerst toegevoegde raadsman, gezien de aard van de zaak, onvoldoende voor zijn taak is gekwalificeerd of indien de verhouding tussen de verdachte en de toegevoegde raadsman dermate slecht is dat een goede verdediging daardoor onmogelijk wordt. Art. 45 lid 2 Sv geeft voor dat geval de mogelijkheid tot vervanging van de toegevoegde raadsman. Let wel: indien de verdachte eerst tijdens de terechtzitting zijn advocaat ontslaat, behoeft een verzoek tot aanhouding van de zaak in verband met de toevoeging van een nieuwe advocaat niet altijd te worden gehonoreerd . Indien de patiënt bij het verhoor door zijn advocaat is bijgestaan, verplicht de enkele omstandigheid dat betrokkene na het verhoor een andere advocaat heeft gekozen de rechtbank niet om een tweede verhoor te bevelen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23027fc50a94412fbf0f0b7294a6574a87e8b0c82e53237eef4ad9157aef1baa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23027fc50a94412fbf0f0b7294a6574a87e8b0c82e53237eef4ad9157aef1baa, en de alinea staat in dat document op bytes 28901 tot 30236.