Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1869.

De tussen partijen gesloten beëindigingsovereenkomst moet worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7: 900 BW. Immers, die overeenkomst is kennelijk gesloten ter voorkoming van een (toekomstige) onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen partijen rechtens geldt, nu partijen zekerheid wensten omtrent het einde van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en gezien de achtergrond van het aanbod aan [eiser] om nogmaals een arbeidsovereenkomst aan te gaan elk conflict daarover kennelijk wilden uitsluiten. Het hof verwijst daartoe naar het bepaalde in artikel 11 van de vaststellingsovereenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2d64fb404a2897dd54a1f0a003fc4332103446039d20a14fe5490640f1e64b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2d64fb404a2897dd54a1f0a003fc4332103446039d20a14fe5490640f1e64b2, en de alinea staat in dat document op bytes 27104 tot 27754.