Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014

Onder 1. Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:187.

Partijen, [eiser] (hierna: [eiser], in de procedure ook aangeduid als [eiser]) en [verweerder] (hierna: [verweerder], in de procedure ook aangeduid als [verweerder]), zijn broers en enig erfgenamen van hun moeder [de moeder] (hierna ook: de moeder). Deze procedure heeft in feitelijke instanties in hoofdzaak betrekking op twee onderwerpen, zoals de rechtbank in rov. 3.2 van haar vonnis van 25 april 2007 vaststelde, te weten een geschil omtrent de (afwikkeling van de) schenking door de moeder van haar huis aan [eiser] en de daarmee verband houdende vordering van [verweerder] op [eiser] wegens overbedeling en een geschil omtrent de omvang en de verdeling van de nalatenschap van de moeder. Partijen hebben over en weer een aanzienlijk aantal vorderingen ingesteld. De rechtbank heeft eerst een tussenvonnis gewezen en zij heeft vervolgens bij eindvonnis partijen op de voet van art. 3:185 BW gelast tot de feitelijke verdeling over te gaan als door haar bepaald en voorts [eiser] veroordeeld tot betaling aan [verweerder] van een bedrag van € 4.661,13. Het hof heeft de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd. [eiser] heeft cassatieberoep ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8, en de alinea staat in dat document op bytes 4235 tot 5405.