Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014

Onder 3. Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:187.

[verweerder] en [eiser] hebben in eerste aanleg verschillende vorderingen over en weer ingediend. Bij inleidende dagvaarding van 12 augustus 2004 heeft [verweerder], onder meer en voor zover in cassatie van belang, gevorderd dat [eiser] in de gemeenschap respectievelijk de nalatenschap zal inbrengen een bedrag van € 60.000,-, stellende dat [eiser] zich dat bedrag middels valse handtekeningen en/of machtigingen heeft toegeëigend. [eiser] heeft verweer gevoerd en voorts in reconventie, onder meer en voor zover in cassatie van belang, vernietiging gevorderd van de overeenkomsten van 15 juni 2000, van 28 december 2000 en van 12 maart 2001, op basis waarvan de notariële akten van 18 september 2001 zijn opgemaakt. Als grondslag beroept [eiser] zich op dwaling, bedrog, misbruik van omstandigheden en onvoorziene omstandigheden. Daarnaast stelt [eiser] dat [verweerder] jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld en vordert op die grond vergoeding van de materiële en immateriële schade die hij heeft geleden als gevolg van de gedwongen verkoop van het huis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8, en de alinea staat in dat document op bytes 15583 tot 16671.