Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014
Onder 9. Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:187.
Daarbij merk ik nog op dat de – kennelijk ter toelichting opgevoerde – stelling dat [eiser] ontkent de handtekeningen vervalst te hebben, eraan voorbijgaat dat het hof heeft geoordeeld dat [eiser] gebruik heeft gemaakt van door hemzelf gefabriceerde handtekeningen en machtigingen van de moeder om ten behoeve van zichzelf geld op te nemen of over te boeken en dat daarbij geen sprake was van instemming of toestemming van zijn moeder (rov. 48). Het betoog over een schenking en het niet geschaad zijn van de legitieme portie, gaat ook aan dat oordeel voorbij. Niet wordt aangegeven waarom dat oordeel onbegrijpelijk (of onjuist) zou zijn. De aantekening dat ervan is uitgegaan dat de moeder in een testament heeft bepaald dat alle eventuele schenkingen niet in haar nalatenschap behoeven te worden ingebracht, miskent bovendien dat tussen partijen vaststaat dat de moeder geen testament heeft gemaakt (zie hiervoor onder 2 (xiv)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8, en de alinea staat in dat document op bytes 28184 tot 29133.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8 | shasum -a 256