Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014

Onder 11. Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:187.

Bovenstaande aspecten zijn door de rechtbank gewogen en hebben geleid tot het oordeel dat [eiser] zich heeft bediend van door hemzelf gefabriceerde handtekeningen van de moeder (rov. 3.29-3.32 van het tussenvonnis van 25 april 2007). De rechtbank heeft daarbij ook gemotiveerd waarom aan het bewijsaanbod kan worden voorbijgegaan (rov. 3.31). Het hof is tot hetzelfde oordeel gekomen op dezelfde gronden (rov. 48), zodat het hof daarmee ook voldoende heeft gemotiveerd waarom aan het bewijsaanbod mocht worden voorbijgegaan. Het oordeel van het hof is daarmee niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8, en de alinea staat in dat document op bytes 32258 tot 32881.