Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014
Onder 12. Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:187.
Onderdeel 1 komt onder nrs. 37-42 op tegen rov. 82 van het arrest van het hof, waar het hof ingaat op de incidentele grief van [verweerder] dat art. 3:194 lid 2 BW van toepassing is op de gelden die [eiser] met behulp van valse handtekeningen en machtigingen heeft onttrokken aan het vermogen van de moeder (memorie van antwoord tevens houdende incidenteel hoger beroep, punt 145). Het hof komt tot het oordeel dat de grief doel treft nu een vordering een goed is in de zin van art. 3:1 BW en [eiser] opzettelijk zijn onderhavige schuld aan de nalatenschap van € 50.684,52 heeft verzwegen, hetgeen impliceert dat het vorderingsrecht – gelet op art. 3:194 lid 2 BW – uitsluitend aan [verweerder] toekomt. Het onderdeel voert aan dat het hof niet heeft vastgesteld dat het goed (de vordering van de moeder op [eiser] van € 50.684,52) tot de gemeenschap behoort, dat [verweerder] niet heeft bewezen dat sprake was van opzet aan de zijde van [eiser], en dat het hof een aanbod tot getuigenbewijs van [eiser] heeft miskend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8, en de alinea staat in dat document op bytes 33150 tot 34189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a04eb5919526aad7b8b47258d2a8971d6c1cda89b2458bec885cb113861e0bd8 | shasum -a 256