Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2014

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1885.

9. Uit de inhoud van de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen blijkt dat een medewerker van het geldtransportbedrijf G4S is gedwongen tot afgifte van geld. Dat het Hof daaraan de in de tenlastelegging omschreven ‘en/of constructie’ met betrekking tot een medewerker van de Aldi niet heeft weggestreept, maakt dat niet anders, waarbij ik in aanmerking neem dat de geldwaardetransporteur net voor de overval samen met een medewerkster (naar ik begrijp van de Aldi, EH) de Aldi was binnengegaan en dat hij samen met haar wegliep toen dader 1 binnenkwam. Voorts blijkt uit bewijsmiddel 2 dat (i) de geldwaardetransporteur een tik op zijn hoofd kreeg, kennelijk, zo leid ik uit zijn verklaring af, met het vuurwapen van dader 2 en (ii) dader 2 een vuurwapen op het hoofd van de geldwaardetransporteur zette en tegen diens hoofd drukte. Voor zover het middel op het vorengaande het oog heeft, faalt het.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fbf4ad34fdd16b85d4918b20dad5d3fe39943e61d76c4c46bbf392b0e2c4d40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fbf4ad34fdd16b85d4918b20dad5d3fe39943e61d76c4c46bbf392b0e2c4d40, en de alinea staat in dat document op bytes 33816 tot 34731.