Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1902.

Beekhoven van den Boezem gaat in haar dissertatie uitvoerig in op de vraag wanneer wél en niet toelaatbaar is om een dwangsom op te leggen in zaken waarin het mede gaat om betaling van een geldsom ( de “gemengde veroordeling”). Volgens haar acht de heersende leer het verbinden van een dwangsomveroordeling aan een dergelijke hoofdveroordeling toelaatbaar, als de dwangsomveroordeling uitsluitend op het andere gedeelte ziet. De mogelijkheid om een dwangsomveroordeling uit te spreken kan echter worden doorkruist door de omstandigheid dat in de verplichting tot naleving van de ‘andere veroordeling’ de verplichting tot betaling van een som geld inbegrepen wordt geacht. De verplichtingen kunnen in dat geval niet van elkaar gescheiden worden. Een voorbeeld van een verplichting die volgens Beekhoven van den Boezem op deze wijze onsplitsbaar is, is de verplichting van een koper van een onroerende zaak tot het verlenen van medewerking aan het passeren van de akte van levering tegen betaling van een bepaalde koopprijs. Evenals het Hof Arnhem meent zij dat dan geen dwangsom kan worden opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17, en de alinea staat in dat document op bytes 55359 tot 56735.