Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014
Onder 3.24.1 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1902.
Het voorafgaande illustreert m.i. ook dat het in dit soort gevallen lastig is om trefzeker te bepalen wat de “hoofdveroordeling” is. Op het eerste gezicht is dat de betaling van de koopprijs. Ongetwijfeld is dat voor [B] veruit het belangrijkste; het is voor [A] het meest problematische als zijn stellingen juist zijn. Maar is het erg realistisch hier te spreken van een hoofd- en een nevenverplichting? Is het niet veeleer zo dat beide verplichtingen hand in hand gaan en dat er niet één (duidelijk) overheerst?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17, en de alinea staat in dat document op bytes 66272 tot 66865.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17 | shasum -a 256