Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014
Onder 2.6.2 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1902.
“3.3 De rechtbank heeft geoordeeld dat niet kan worden vastgesteld dat [D] een volmacht had om in naam van [B] een koopovereenkomst met betrekking tot het pand tot stand te brengen. [B] heeft ook niet bij [A] de schijn van volmachtverlening gewekt en [A] komt aldus geen beroep toe op de bescherming van artikel 3:61 lid 2 BW. De omstandigheid dat de voor [B] optredende makelaar aan (de makelaar van) [A] heeft meegedeeld dat zij namens [B] een eenmalig uiterst voorstel doet, onder vermelding van de koopprijs, leveringsdatum en het afzien van ontbindende voorwaarden, brengt echter volgens de rechtbank mee dat [A] heeft mogen aannemen dat de makelaar daarbij optrad als bode van haar opdrachtgever en in die hoedanigheid de wil van [B] aan [A] overbracht. Op die grond is na acceptatie door [A] van het aanbod een koopovereenkomst tussen partijen tot stand gekomen, aldus de rechtbank. De rechtbank heeft de vordering van [A] toegewezen en die van [B] afgewezen. (...)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17, en de alinea staat in dat document op bytes 18540 tot 19527.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17 | shasum -a 256