Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014
Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1902.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 26 juni 2009 (NJ 2009, 664, LJN: BH9284) heeft de rechtbank afgeleid dat in het geval geen volmacht is verleend aan de makelaar en de wederpartij ook niet heeft mogen aannemen dat de makelaar gevolmachtigd is, de makelaar handelt als bode van zijn opdrachtgever. In een dergelijke situatie komt het volgens de rechtbank aan op een beoordeling van hetgeen de makelaar als boodschap van zijn opdrachtgever aan de wederpartij heeft overgebracht. [A] heeft in dit verband volgens de rechtbank terecht naar voren gebracht dat hij uit de inhoud van het faxbericht van [D] van 22 januari 2009 niet anders heeft kunnen begrijpen dan dat [B] uitgebreid overleg heeft gevoerd met zijn makelaar en dat hij vervolgens opdracht heeft gegeven aan zijn makelaar om een bod uit te brengen aan (de makelaar van) [A]. Uit de formulering van het bod als 'éénmalig uiterst voorstel' heeft [A] kunnen begrijpen dat de wil van [B] erop was gericht een koopovereenkomst tot stand te brengen onder de voorwaarden zoals genoemd in het faxbericht, aldus de rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17, en de alinea staat in dat document op bytes 24709 tot 25801.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17 | shasum -a 256