Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014
Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1902.
Anders dan in het genoemde arrest het geval was, ziet de onderhavige procedure niet op de aansprakelijkheid van de makelaar op grond van artikel 3:70 BW jegens de wederpartij van de opdrachtgever. In deze procedure wordt niet de makelaar tot schadevergoeding aangesproken, maar wordt nakoming gevorderd van de cliënt van de makelaar. Het gaat dan om de vraag of makelaar [D] door haar feitelijk handelen een overeenkomst tussen [B] als haar opdrachtgever en [A] als derde tot stand heeft gebracht. Bij de beantwoording van die vraag is primair de relatie tussen de makelaar en diens cliënt bepalend. Zonder een daartoe strekkende opdracht (bevoegdheid) kan de makelaar door zijn feitelijk handelen geen koopovereenkomst tot stand brengen tussen zijn cliënt en een derde, behoudens indien het gerechtvaardigde vertrouwen van de wederpartij dient te worden beschermd als de schijn van bevoegdheid is gewekt (artikel 3:61 lid 2 BW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17, en de alinea staat in dat document op bytes 27117 tot 28062.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a4e418256011f4538c2f996a4c82e72117643347901d6782284c323ea4d2b17 | shasum -a 256