Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2014

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1906.

Ik keer thans terug tot de bespreking van het middel, waarbij als uitgangspunt geldt dat de erkenning van [verweerster] door de man op 4 januari 1994 nietig is op grond van het destijds geldende art. 330 lid 1 sub b BWNA, omdat de man op dat moment gehuwd was met een andere vrouw dan de moeder van [verweerster] en tussen hem en [verweerster] geen ‘family life’ bestond als bedoeld in art. 8 EVRM. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat op grond van art. 3:58 BWC en de schakelbepaling van art. 3:59 BWC de erkenning alsnog geldig kan worden geacht, omdat het oorspronkelijke beletsel voor een geldige erkenning door de man, namelijk dat hij met een andere vrouw gehuwd was dan de moeder van [verweerster], enkele maanden later is komen te vervallen (zie rov. 2.9 van de bestreden beschikking). De aard van de erkenning van een kind verzet zich niet tegen overeenkomstige toepassing van art. 3:58 BWC, aldus het hof. Het eerste onderdeel betoogt dat een nietige erkenning in de hiervoor bedoelde zin niet alsnog kan worden bekrachtigd op grond van art. 3:58 jo. 3:59 BWC.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fddff4f7f4ce18dee16db0e7339794e737fd842f9df2f6d8e0425523e1aa1d00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fddff4f7f4ce18dee16db0e7339794e737fd842f9df2f6d8e0425523e1aa1d00, en de alinea staat in dat document op bytes 18872 tot 19962.