Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2014

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1906.

In de Nederlandse rechtsliteratuur wordt algemeen aangenomen dat de bepalingen van titel 3.2 van overeenkomstige toepassing kunnen zijn op personen- en familierechtelijke rechtshandelingen en rechtsbetrekkingen. Nu de erkenning van een kind naar Nederlands recht een rechtshandeling is waardoor familierechtelijke betrekkingen in het leven worden geroepen tussen de erkennende man en het kind , kan overeenkomstige toepassing van bepalingen van titel 3.2 aan de orde komen, uiteraard voor zover de aard van de rechtshandeling zich daartegen niet verzet. In het recht van de (voormalige) Nederlandse Antillen (art. 3:59 BWNA) en thans het recht van Curaçao (art. 3:59 BWC) is het niet anders, zoals blijkt uit de toelichting op art. 3:59 BWNA waar uitdrukkelijk melding wordt gemaakt van de erkenning van een natuurlijk kind als rechtshandeling waarvoor de bepalingen van titel 3.2 van belang kunnen zijn (zie nr. 2.12 van deze conclusie).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fddff4f7f4ce18dee16db0e7339794e737fd842f9df2f6d8e0425523e1aa1d00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fddff4f7f4ce18dee16db0e7339794e737fd842f9df2f6d8e0425523e1aa1d00, en de alinea staat in dat document op bytes 24207 tot 25350.