Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2014

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1906.

Het tweede onderdeel van het middel (onder 4) heeft betrekking op het oordeel van het hof in rov. 2.10 en 2.11 dat [verweerster] ook wegens bezit van staat als bedoeld in art. 1:209 BWC geldt als het kind van de man. Dit oordeel wordt bestreden met een rechtsklacht (onder 4.1), inhoudende dat gelet op de krachtens 1:204 BWC nietige erkenning door de man, het inroepen van bezit van staat niet alsnog ertoe kan leiden dat [verweerster] wordt beschouwd als het kind van de man. Een beroep op bezit van staat mag immers niet in strijd komen met de Nederlandse rechtsorde. Volgens het middel staat aanvaarding van bezit van staat op grond van art. 1:209 BWC in het onderhavige geval op gespannen voet met de regel van internationaal privaatrecht die inhoudt dat een geboorteakte met deze inhoud niet in de nationale rechtsorde kan worden aanvaard, waartoe het middel verwijst naar art. 10:95 lid 2 jo. lid 1 van het BW van Nederland. Het middel vervolgt met de klacht (onder 4.2) dat, voor zover het hof niet blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, zijn oordeel in rov. 2.11 dat het met de beslissing van het hof bereikte ‘resultaat’ geenszins in strijd is met de openbare orde, onbegrijpelijk is gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fddff4f7f4ce18dee16db0e7339794e737fd842f9df2f6d8e0425523e1aa1d00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fddff4f7f4ce18dee16db0e7339794e737fd842f9df2f6d8e0425523e1aa1d00, en de alinea staat in dat document op bytes 31776 tot 33052.