Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014
Alinea 214 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1921.
Beoordeeld dient te worden of de in de tenlastelegging omschreven stoffen, voorwerpen en informatiedragers, waarvan verdachte heeft erkend dat hij deze voorhanden had, al dan niet in combinatie met elkaar, kennelijk bestemd of bestemd zijn tot het begaan van de misdrijven zoals in de tenlastelegging omschreven. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2007 (LJN: AZ0213) heeft daarbij als maatstaf te gelden de vraag of deze voorwerpen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig kunnen zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van de voorwerpen voor ogen had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9, en de alinea staat in dat document op bytes 27717 tot 28390.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9 | shasum -a 256