Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014

Alinea 231 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1921.

Ook na het in hoger beroep horen van getuigen door de rechter-commissaris is naar het oordeel van het hof de stelling van de verdachte dat hij de betreffende voorwerpen en stoffen (mengsels) in het kader van voornoemde activiteiten voorhanden had niet aannemelijk geworden. In het bijzonder wijst het hof er daarbij op dat het door de verdachte gestelde feitelijke gebruik door hem van pyrotechnische mengsels en electronische schakelingen bij voormelde paintball- en survivalactiviteiten in ieder geval voor wat betreft de periode waarop de tenlastelegging ziet, geen bevestiging vindt in de afgelegde getuigenverklaringen noch in de overige inhoud van het dossier.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9, en de alinea staat in dat document op bytes 37635 tot 38314.