Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014
Alinea 284 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1921.
13. In de toelichting op het middel wordt betoogd dat de vervanging van het criterium van de “gemiddelde rechtsgenoot” door de “subjectieve bestemming” – ik begrijp als gevolg van het vervallen van het woord kennelijk – een wijziging van wetgeving in de zin van art. 1, tweede lid, Sr oplevert. Aangevoerd wordt dat deze subjectivering de strafrechtelijke aansprakelijkheid enigszins beperkt “en wel in die zin dat daarmee gerichter en concreter tot uitdrukking wordt gebracht wie de normadressant van art. 46 Sr is: degene die werkelijk van plan is onheil aan te richten”. Om die reden is, aldus de steller van het middel, de nieuwe wetgeving gunstiger voor verzoeker, zodat ook ten aanzien van de feiten gepleegd vóór 1 februari 2007 heeft te gelden dat de voorwaarde van de “subjectieve bestemming” oftewel de criminele intentie toepasselijk moet worden geacht. De bewijsvoering van het Hof schiet volgens de steller van het middel op dat onderdeel echter tekort, mede gelet op de bewezenverklaarde periode van bijna vijf jaren en in aanmerking genomen dat naarmate de periode van het voorhanden hebben van voorbereidingsmiddelen langer is, het minder aannemelijk is dat sprake is van een subjectieve bestemming c.q. criminele intentie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9, en de alinea staat in dat document op bytes 70169 tot 71479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9 | shasum -a 256