Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014
Alinea 289 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1921.
18. In de toelichting op het middel wordt met een beroep op HR 24 juni 1986, NJ 1987/177 en met verwijzing naar de nadere motiveringseisen die aan het bewijs van voorbedachte raad als bedoeld in art. 289 Sr naar de tegenwoordige stand van de rechtspraak van de Hoge Raad worden gesteld, aangevoerd dat “ook een nadere motivering, waarbij aan de afwezigheid van contra-indicaties aandacht wordt besteed, bij het voorbereidingsdelict vereist [zal] moeten worden.” De steller van het middel vervolgt aldus: “Een zodanige contra-indicatie, die het Hof verzuimd heeft in zijn overwegingen te betrekken, is gelegen in de omstandigheid dat de voorbedachte raad als bedoeld in art. 289 Sr ziet op de levensberoving en niet op het middel met behulp waarvan deze wordt bewerkstelligd.” Daarnaast voert de steller van het middel aan dat de bewijsredenering van het Hof in wezen neerkomt op voorwaardelijk opzet op moord, zulks terwijl ter beoordeling daarvan meer details over de aard van de overval en de omstandigheden waaronder deze zal worden gepleegd en de locatie nodig zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9, en de alinea staat in dat document op bytes 74484 tot 75575.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9 | shasum -a 256