Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014
Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1921.
23. Het punt is evenwel dat de hiervoor aangehaalde overwegingen van de Hoge Raad op het voltooide delict van moord zien. In dat afgewerkte kader gaat het erom of ook naar objectieve criteria materieel vastgesteld kan worden dat de verdachte daadwerkelijk voldoende tijd en gelegenheid heeft gehad om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit om een ander van het leven te beroven en dat er zich geen relevante contra-indicaties hebben voorgedaan. Daarbij komt dat de aangescherpte motiveringseis is ingegeven vanuit het sterk strafverzwarende gevolg van voorbedachte raad in de zin van art. 289 Sr ten opzichte van doodslag (art. 287 Sr). Nu kan ingevolge het derde lid van art. 46 Sr een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren worden opgelegd ingeval van een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld en zou kunnen worden betoogd dat er in zoverre sprake is van een strafverzwarend gevolg ten opzichte van het tweede lid waarin is bepaald dat het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld, bij voorbereiding met de helft wordt verminderd, en dat dus in het bijzonder indien de voorbereiding van voorbedachte raad niet rechtstreeks uit de bewijsmiddelen volgt, de rechter daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht dient te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9, en de alinea staat in dat document op bytes 81138 tot 82523.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9 | shasum -a 256