Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014

Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1921.

25. Waarom een nadere motivering, waarbij aan de afwezigheid van contra-indicaties aandacht wordt besteed, bij het voorbereidingsdelict vereist zal moeten worden, legt de steller van het middel niet uit. Deze omissie zou op zichzelf genomen tot de slotsom moeten leiden dat hetgeen de steller van het middel op dit punt naar voren brengt, niet oplevert een middel in de zin van de wet en deswege in cassatie geen bespreking behoeft. Zover zal ik echter niet gaan, omdat ik in het middel een motiveringsklacht in bredere zin ontwaar, die mede de bewijsredenering van het Hof ten aanzien van het door de steller van het middel aangeduide voorwaardelijk opzet bestrijkt. Dat betekent naar mijn mening dat een nadere beschouwing over de strafbare voorbereiding toch op haar plaats is; het middel nodigt mij althans daartoe uit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9, en de alinea staat in dat document op bytes 83064 tot 83902.