Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014
Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1921.
26. Vooropgesteld zij dat uit de bewijsmiddelen zal moeten kunnen worden afgeleid dat de voorbereidingshandeling strekte ter voorbereiding van moord, op het begaan waarvan het opzet van de verdachte was gericht, aldus HR 17 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN9358, NJ 2004/400 m.nt. Reijntjes. De bestanddelen van art. 46, eerste lid, Sr worden blijkens hun positie in de wettekst beschenen door het begrip opzettelijk. Dat voorbereidingsopzet zal kunnen blijken uit de criminele intentie van de betrokkene. Of dat opzet ook valt af te leiden uit de uiterlijke verschijningsvorm van de voorbereidingsvoorwerpen of –middelen c.q. uit de strekking van de uiterlijk kenbare opstelling van de verdachte, is een vraag waarop ik aanstonds terugkom.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9, en de alinea staat in dat document op bytes 83967 tot 84723.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9 | shasum -a 256