Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014

Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1921.

34. In de toelichting op het middel wordt, als gezegd, gesteld dat het Hof heeft verzuimd aan de afwezigheid van contra-indicaties als bedoeld in de recente rechtspraak van de Hoge Raad omtrent het voltooide delict van moord in de zin van art. 289 Sr aandacht te besteden. Deze stelling lijkt mij gezien de bewezenverklaarde periode van voorbereiding en de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen nogal gekunsteld, nog daargelaten de vraag of de door de Hoge Raad aangescherpte motiveringseis met betrekking tot de contra-indicaties ook heeft te gelden bij de aansprakelijkstelling voor voorbereiding van moord. Op grond daarvan kan wat mij betreft zonder meer worden gezegd dat van dergelijke contra-indicaties in het onderhavige geval geen enkele sprake is. Ook indien echter de voornoemde motiveringseis geacht moet worden van toepassing te zijn binnen het zelfstandige leerstuk van de strafbare voorbereiding, heeft het Hof daaraan voldaan. In de uitgebreide bewijsoverwegingen van het Hof en met name in zijn overweging dat verzoeker door de tenlastegelegde voorbereidingen te treffen in elk geval ook momenten van kalm beraad en rustig overleg heeft gehad, ligt het oordeel van het Hof besloten dat contra-indicaties niet zijn gebleken of aannemelijk zijn geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9de8da62b61f41621e4d7120f2a963304654f806c1f7b95da442d46c98fccc9, en de alinea staat in dat document op bytes 98053 tot 99343.