Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014
Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1966.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet bewezen verklaard kan worden dat verdachte met voorbedachte raad het slachtoffer heeft gedood. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld met een waas voor zijn ogen. Deze waas zou zijn ontstaan doordat het slachtoffer verdachte plotseling op zijn mond zoende en zogenaamde 'neukbewegingen' maakte tegen het achterwerk van verdachte. Verdachte die - zoals hij zelfstelt - in zijn jeugd door een buurman seksueel is misbruikt, raakte hierdoor volgens de raadsman dusdanig in de war dat hij in paniek het slachtoffer meermalen met een mes heeft gestoken. Deze handelingen van verdachte zijn - aldus de raadsman - gepleegd in een blinde razernij, in een hoge mate van opwinding en in een kort tijdsbestek, waarbij geen plaats was voor een mogelijkheid tot bezinning. Verdachte dient derhalve van het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, aldus de raadsman. De raadsman is van mening dat de subsidiair ten laste gelegde doodslag wel bewezen kan worden verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e, en de alinea staat in dat document op bytes 7238 tot 8293.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e | shasum -a 256