Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1966.

7. In het middel wordt geklaagd over de wijze waarop het Hof invulling heeft gegeven aan (het bewijs van) de voorbedachte raad. Betoogd wordt dat het Hof onvoldoende heeft aangewezen welke tijdspanne – zowel bij het eerste als bij het tweede steekmoment – toereikend is geweest voor de verdachte zodat geen sprake meer zou kunnen zijn van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Ook het oordeel dat de kwaadheid van de verdachte niet zo groot was dat hij niet meer in staat was om zijn handelen onder controle te houden is ontoereikend gemotiveerd, aldus de steller van het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e, en de alinea staat in dat document op bytes 19729 tot 20325.