Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1966.

10. In de overwegingen van het Hof ligt besloten dat voor het bewijs van het voor voorbedachte raad vereiste tijdsverloop niet een scherp onderscheid moet worden gemaakt tussen de eerste serie steken die plaatsvond toen verdachte zich nog op het bed bevond en de tweede serie die plaatsvond toen verdachte inmiddels op de grond was terechtgekomen. Beide momenten moeten niet geïsoleerd, maar in onderling verband worden bezien. Ook als de steller van het middel zou worden gevolgd dat het tijdsverloop in het kader van de eerste serie steken op zichzelf nog niet betekent dat er gelegenheid voor kalm beraad is geweest, staat dat dus nog niet in de weg aan het bewijs van de voorbedachte raad. De steller van het middel moet worden toegegeven dat het door het Hof in aanmerking genomen tijdsverloop bij de eerste serie steken niet zonder meer wijst op voorbedachte raad. Het Hof heeft kennelijk het oog op de tijd die nodig is om de afstand tussen het bed en het messenblok in de keuken te overbruggen (heen en terug). Het Hof heeft die afstand niet in meters of seconden vastgesteld. Dat de afstand tussen bed en messenblok in de keuken groter is dan die tussen drempel en messenblok in de keuken zal juist zijn, maar bepalend is het niet. Ook de afstand tussen bed en messenblok zal immers gelet op de in de aanvulling met bewijsmiddelen opgenomen situatieschets van de woning heen en weer binnen zeer korte tijd kunnen worden overbrugd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e, en de alinea staat in dat document op bytes 23147 tot 24665.