Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1966.
13. Voor wat betreft de aanleiding voor het incident heeft het Hof verdachte gevolgd in zijn verklaring dat hij kwaad is geworden toen het slachtoffer seksuele avances maakte waarvan hij niet was gediend. Het Hof is er kennelijk, anders dan de verdachte, vanuit gegaan dat deze seksuele avances hebben plaatsgevonden op het moment dat de verdachte bij het slachtoffer in bed lag. Bij de vraag of de kwaadheid van de verdachte zo’n dimensie heeft aangenomen dat verdachte niet meer in staat is geweest om zijn handelen onder controle te houden heeft het Hof mede betrokken dat verdachte actief contact zocht met homoseksuele mannen en daar ook seksuele contacten mee had. Op grond hiervan moet – in de woorden van het Hof – de verdachte “wel wat gewend zijn geweest”. Hieruit kan worden afgeleid dat het Hof niet aannemelijk heeft geacht dat de verdachte in een opwelling van boosheid of in een waas heeft gehandeld. Het Hof heeft dan ook kunnen oordelen dat van een contra-indicatie voor het aannemen van voorbedachte raad geen sprake was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e, en de alinea staat in dat document op bytes 26852 tot 27915.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e | shasum -a 256