Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1966.

16. Ambtshalve merk ik nog het volgende op. Namens de verdachte is op 18 april 2013 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 21 februari 2014 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. De inzendtermijn van zes maanden is derhalve overschreden. Voorts merk ik op dat de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt en de termijn van zestien maanden waarbinnen de cassatieprocedure behoort te zijn afgerond zal worden overschreden. Dit brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering. Voor het overige heb ik geen gronden aangetroffen waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b402e1d7228ce557ad3818f4b4763cea80c6a88324685c601ae6b05a92e2c4e, en de alinea staat in dat document op bytes 28344 tot 29178.