Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2014
Alinea 192 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1968.
Uit het vermomd met een pruik en in het bezit van een rugzak met daarin twee scherpe messen en reservekleding vertrekken uit Kootwijkerbroek tot aan het moment van het steken en snijden met het mes in Heesch leidt het hof af dat verdachte voldoende gelegenheid heeft gehad om zich te beraden op haar handelen. De omstandigheid dat verdachte gedurende enkele minuten heeft geworsteld met het slachtoffer en dat verdachte bij die worsteling uit de rugzak een in een krant gewikkeld mes heeft gepakt, wijst naar het oordeel van het hof ook niet op impulsief handelen door verdachte. Voorts neemt het hof in ogenschouw dat verdachte ondanks herhaald hulpgeroep van het slachtoffer geen alarm heeft geslagen ofwel hulp heeft geboden of gezocht. Verdachte heeft zich in het geheel niet meer om het slachtoffer bekommerd en heeft zich in plaats daarvan omgekleed en haar met bloed besmeurde broek en het door haar gebruikte mes in haar rugzak gedaan. Over het bloed in de hal van het appartement heeft verdachte een deken gelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfc0b8b401280c55fba2bc1d37384f6f7d4d04988b3085326ad727e0e68cabcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfc0b8b401280c55fba2bc1d37384f6f7d4d04988b3085326ad727e0e68cabcd, en de alinea staat in dat document op bytes 36105 tot 37140.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfc0b8b401280c55fba2bc1d37384f6f7d4d04988b3085326ad727e0e68cabcd | shasum -a 256