Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2014
Alinea 196 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1968.
“3.3. Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte raad' moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfc0b8b401280c55fba2bc1d37384f6f7d4d04988b3085326ad727e0e68cabcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfc0b8b401280c55fba2bc1d37384f6f7d4d04988b3085326ad727e0e68cabcd, en de alinea staat in dat document op bytes 38107 tot 38542.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfc0b8b401280c55fba2bc1d37384f6f7d4d04988b3085326ad727e0e68cabcd | shasum -a 256