Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Onder 2.10. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:197.

Voor vergoeding komt slechts in aanmerking schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend (art. 6:98 BW). In de rechtspraak wordt onderscheid gemaakt tussen het vereiste condicio sine qua non -verband (kort gezegd: de test of de schade óók zou zijn ontstaan indien de verweten gedraging of het verweten nalaten wordt weggedacht) en de in art. 6:98 BW bedoelde toerekening . Het condicio sine qua non -verband wordt daarbij gebruikt als een minimumvereiste. Indien een condicio sine qua non -verband aanwezig wordt geacht, brengt dit niet noodzakelijk mee dat de schade wordt toegerekend aan degene die onrechtmatig heeft gehandeld. Indien sprake is van een keten van oorzaken (een indirect verband tussen de onrechtmatige daad en de schade), geldt inderdaad dat de toerekening niet beperkt behoeft te zijn tot de laatste schakel in die keten. Wel is de ervaring dat, naar mate er meer schakels zitten tussen de gestelde onrechtmatige daad en de schade, het steeds lastiger wordt een oorzakelijk verband aan te nemen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e20f20e736c4b52d91dded797bc49e049a2f43bc5dead17638f9f3c723a783e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e20f20e736c4b52d91dded797bc49e049a2f43bc5dead17638f9f3c723a783e, en de alinea staat in dat document op bytes 29058 tot 30516.