Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014
Onder 2.16. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:197.
In dit middelonderdeel komt eiser op tegen dit oordeel met de klacht dat het hof heeft miskend dat de beperking van de vergoeding (tot een forfaitair vastgestelde proceskostenvergoeding als bedoeld in art. 8:75 Awb in verbinding met het Besluit proceskosten bestuursrecht) slechts geldt in de rechtsverhouding tussen de deelnemers aan de bestuursrechtelijke procedure. Indien schadevergoeding wordt gevorderd van een derde, kan volgens eiser wel een integrale vergoeding van de gemaakte kosten worden toegekend, namelijk op grond van het bepaalde in art. 6:96 BW. Ter toelichting op deze klacht heeft eiser aangevoerd dat uit de parlementaire geschiedenis van art. 8:75 Awb volgt dat de wetgever, wat de hoogte van de te vergoeden kosten betreft, aansluiting heeft gewild bij de regeling van de proceskostenveroordeling in het burgerlijk procesrecht. In het burgerlijk procesrecht is de vergoeding volgens eiser niet beperkt tot het bedrag van de geliquideerde kosten indien de vergoeding niet wordt gevorderd van de wederpartij in de civiele procedure, maar van een derde .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e20f20e736c4b52d91dded797bc49e049a2f43bc5dead17638f9f3c723a783e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e20f20e736c4b52d91dded797bc49e049a2f43bc5dead17638f9f3c723a783e, en de alinea staat in dat document op bytes 35635 tot 36849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e20f20e736c4b52d91dded797bc49e049a2f43bc5dead17638f9f3c723a783e | shasum -a 256