Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Onder 2.20. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:197.

In het bestuursrecht bepaalt art. 8:75 lid 1 Awb dat de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd is een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de bestuursrechter, en van bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Bij AMvB zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling als bedoeld in de eerste volzin uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop bij de uitspraak het bedrag van de kosten wordt vastgesteld . Uit de parlementaire geschiedenis van de Awb volgt dat de regering van oordeel was dat het in het burgerlijk procesrecht geldende uitgangspunt, dat de partij die kosten heeft moeten maken om in rechte haar gelijk te krijgen dan wel te behouden, (slechts een deel van) deze kosten van haar wederpartij vergoed kan krijgen, ook in het bestuursprocesrecht een uitgangspunt behoort te zijn. De regering wilde niet volledig aansluiten bij het stelsel in het burgerlijk procesrecht. Zo bestaat in art. 8:75 Awb verschil tussen de gronden waarop een bestuurslichaam in de kosten van de bestuursrechtelijke procedure kan worden veroordeeld en, anderzijds, de gronden waarop een natuurlijke persoon in de kosten kan worden veroordeeld. Een keuze voor een integrale kostenvergoeding in alle bestuursrechtelijke zaken achtte de regering vanuit budgettair oogpunt niet verantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e20f20e736c4b52d91dded797bc49e049a2f43bc5dead17638f9f3c723a783e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e20f20e736c4b52d91dded797bc49e049a2f43bc5dead17638f9f3c723a783e, en de alinea staat in dat document op bytes 42210 tot 43729.