Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Onder 1.8. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:199.

11. Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel dat weliswaar de machtiging indertijd terecht is afgegeven, maar thans klaarblijkelijk niet langer sprake is van dermate ernstige gedragsproblemen die een verdere voortzetting van de machtiging tot gesloten plaatsing rechtvaardigen. Gelet hierop is het hof van oordeel dat er van moet worden uitgegaan dat de door Jeugdzorg met de gesloten plaatsing beoogde belangen niet (meer) in redelijke verhouding staan tot de inbreuk op de persoonlijke vrijheid van de minderjarige die de thans geldende machtiging tot gesloten plaatsing naar haar aard vormt. Bij deze stand van zaken moet worden geoordeeld dat voor voortzetting van de machtiging gesloten plaatsing bij gebreke van proportionaliteit van die maatregel, geen grond meer bestaat. Het vorenstaande brengt mee dat van onrechtmatige vrijheidsbeneming tot op met moment van deze beschikking geen sprake is (geweest) zodat voor het toekennen van de door de minderjarige verzochte schadevergoeding geen plaats is, nog daargelaten dat een dergelijk verzoek gelet op het bepaalde in artikel 362 Rv niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dcf6be5f457d540b1b8ad6e2ba4bea022372b10035f2c44be05833f85f3ad74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dcf6be5f457d540b1b8ad6e2ba4bea022372b10035f2c44be05833f85f3ad74, en de alinea staat in dat document op bytes 13494 tot 14666.