Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Onder 2.8. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:199.

Art. 3:2 Awb − het in dit middelonderdeel aangehaalde wetsartikel − schrijft voor dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. In aanvulling daarop bepaalt art. 4:8 lid 1 Awb dat het bestuursorgaan, vóórdat het een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die deze beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, de belanghebbende in de gelegenheid stelt zijn zienswijze naar voren te brengen indien de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen en die gegevens niet door de belanghebbende zelf zijn verstrekt. Bij de toepassing van deze bepaling kan de belanghebbende naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren brengen (art. 4:9 Awb). Het bestuursorgaan kan daarvoor een termijn stellen . Daarnaast stelt de Wet op de jeugdzorg specifieke eisen aan een indicatiebesluit . Een indicatiebesluit verschaft een aanspraak op zorg en geldt als een ‘beschikking’ in de zin van art. 1:3 Awb . Op grond van art. 3:1 lid 2 Awb kan de maatstaf van art. 3:2 Awb overeenkomstig worden toegepast op de verklaring die Bureau Jeugdzorg ingevolge art. 29b lid 4 Wjz aflegt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dcf6be5f457d540b1b8ad6e2ba4bea022372b10035f2c44be05833f85f3ad74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dcf6be5f457d540b1b8ad6e2ba4bea022372b10035f2c44be05833f85f3ad74, en de alinea staat in dat document op bytes 23604 tot 25139.