Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Onder 2.10. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:199.

Aan art. 3:2 Awb, of meer in het algemeen aan het zorgvuldigheidsbeginsel, kan de jeugdige daarom niet ontlenen dat de instemmende verklaring door de rechter buiten beschouwing wordt gelaten op de grond dat de gedragswetenschapper de door de advocaat aangeboden stukken niet heeft meegenomen in haar onderzoek. Zo er al sprake is van een verzuim, is er geen reden om dit aan te merken als onherstelbaar. Uiteindelijk is de kinderrechter degene die vaststelt of de jeugdige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Tegenover de expertise van Bureau Jeugdzorg en de gedragswetenschapper kan door of namens de jeugdige zo nodig contra-expertise worden ingebracht. Op verzoek of ambtshalve kan de kinderrechter zelf een of meer deskundigen benoemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dcf6be5f457d540b1b8ad6e2ba4bea022372b10035f2c44be05833f85f3ad74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dcf6be5f457d540b1b8ad6e2ba4bea022372b10035f2c44be05833f85f3ad74, en de alinea staat in dat document op bytes 26623 tot 27642.