Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Onder 2.11. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:199.

Art. 12 lid 2 IVRK houdt in dat het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te geven, in de gelegenheid wordt gesteld te worden gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft: hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een procesvertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht . Van de procedureregels in het nationale recht is hier art. 29f Wjz van belang, waarin het horen van de jeugdige door de kinderrechter is geregeld. Aan het voorschrift van art. 29f Wjz is voldaan, nu de jeugdige door de rechter is gehoord. Tijdens haar onderzoek heeft de gedragswetenschapper de jeugdige zelf gehoord. De opvatting dat aan deze bepaling ook het recht kan worden ontleend bepaalde stukken in te brengen in de fase die vooraf gaat aan de procedure bij de kinderrechter, vindt in de tekst van art. 12 lid 2 IVRK onvoldoende steun; het middel noemt ook geen specifieke rechtsbronnen waaruit dit zou volgen. De klacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dcf6be5f457d540b1b8ad6e2ba4bea022372b10035f2c44be05833f85f3ad74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dcf6be5f457d540b1b8ad6e2ba4bea022372b10035f2c44be05833f85f3ad74, en de alinea staat in dat document op bytes 27723 tot 28845.