Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Onder 2.21. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:199.

De jeugdige mist belang bij deze klacht, omdat zij is gericht tegen een overweging ten overvloede die de beslissing niet draagt. Het verzoek tot schadevergoeding is immers afgewezen op de grond dat van onrechtmatige vrijheidsbeneming geen sprake is geweest. Indien de Hoge Raad (een van) de vorige middelonderdelen gegrond zou bevinden, zou alsnog de vraag relevant kunnen worden of deze overweging de afwijzing van de schadeclaim kan dragen. Art. 5 lid 5 EVRM bepaalt dat het slachtoffer van een detentie in strijd met de bepalingen van dit artikel recht heeft op schadeloosstelling. Hieruit volgt in beginsel een aanspraak op schadevergoeding na onrechtmatige vrijheidsbeneming, maar niet dat dit recht moet kunnen worden uitgeoefend in dezelfde procedure waarin over het (wel of niet) voortduren van de vrijheidsbeneming wordt beslist . Onderdeel 3 leidt daarom niet tot cassatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dcf6be5f457d540b1b8ad6e2ba4bea022372b10035f2c44be05833f85f3ad74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dcf6be5f457d540b1b8ad6e2ba4bea022372b10035f2c44be05833f85f3ad74, en de alinea staat in dat document op bytes 38174 tot 39133.