Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2014
Onder 7.6.1 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1997.
In de onder 7.4 bedoelde lezing rijst de vraag waarom Uw Raad in het hier besproken arrest de zaak afdoet op de datum van afschrijving (debitering). Het antwoord lijkt mij vrij voor de hand liggend: omdat de zaak op die basis kon worden afgedaan. Juist en vooral de omstandigheid dat de Hoge Raad daarmee niet volstaat maar er een obiter dictum aan toevoegt maakt m.i. duidelijk dat daarna (in het obiter dictum) nog iets belangrijks wordt overwogen, wat gemeenlijk het geval is bij obiter dicta.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b387f1c160034764bece1a12ea44654c7377da83b62f17b9ff6a36a30845f498. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b387f1c160034764bece1a12ea44654c7377da83b62f17b9ff6a36a30845f498, en de alinea staat in dat document op bytes 52529 tot 53138.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b387f1c160034764bece1a12ea44654c7377da83b62f17b9ff6a36a30845f498 | shasum -a 256