Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2014

Onder 4.5.2 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1997.

“De HR heeft niet duidelijk uitgesproken of behalve de debitering ook het doorzenden van de overboekingsopdrachten aan de BGC en van deze aan de ontvangende banken alsmede de verevening door de DNB, al voor het faillissement moeten zijn verricht om het bedrag ingevolge art. 23 Fw aan de boedel onttrokken te achten. Een algemene regel zal ook moeilijk te geven zijn, omdat de geschetste gang van zaken niet altijd geldt (de Postbank bijv. is, evenmin als haar rechtsvoorgangster, op het circuit van de BGC aangesloten; dit geval speelde i.c.). Voorts worden soms betalingsopdrachten rechtstreeks aan de BGC verstrekt. Uit r.o. 2, midden is slechts af te leiden dat in ieder geval de debitering vereist is. Niet onwaarschijnlijk is echter dat dit niet voldoende is en dat de uitvoering van de opdracht zo ver moet zijn gevorderd dat er een recht is ontstaan op creditering.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b387f1c160034764bece1a12ea44654c7377da83b62f17b9ff6a36a30845f498. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b387f1c160034764bece1a12ea44654c7377da83b62f17b9ff6a36a30845f498, en de alinea staat in dat document op bytes 34607 tot 35498.